Column: Een ”Woonwijk”
Er was een tijd dat een woonwijk geen verzameling huizen was, maar een soort klein dorp in het groot.
Iedereen kende elkaar, of wilde dat in ieder geval denken, en als er iets gebeurde wist je het vaak al voordat het in de krant stond.
Niet omdat er geroddeld werd, maar omdat de straat gewoon meekeek en soms ook een beetje zich er mee bemoeide.
Wij woonden in zo’n wijk vroeger. Kinderen liepen er gewoon in en uit bij elkaar, deuren stonden vaker open dan dicht en als je honger had was de kans groot dat je ergens een boterham kreeg zonder dat er eerst drie formulieren ingevuld moesten worden. “Eet maar mee,” zei iemand dan, alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. En dat was het ook.
De huren waren het zelfde als de buren, en waren allemaal gelijk wat dat betreft, niet de mensen die je groet alsof je elkaar bij de gemeente alleen op afspraak mag zien.
Nee, het waren eerder medebewoners van hetzelfde kleine toneelstuk, waar iedereen zijn eigen rol had zonder dat er ooit een script was uitgedeeld. De één wist alles van fietsen maken, de ander van koffie die altijd net iets te sterk was en weer een ander van kinderen die net iets te laat thuis kwamen maar toch nog net binnen mochten.
Er was één invalide buurman die altijd voor zijn huisdeur in een driewieler zat, zo een soort “fiets” die je met de hand aan het rollen kreeg en gelijk moest sturen. We noemden hem niet bij naam in ons hoofd, maar gewoon “de politie.” Hij zei weinig, maar zag alles. En als hij iets zei, was het meestal precies genoeg. Het komt wel goed,” zei hij dan, en om de een of andere reden geloofde je dat meteen.
Op een avond was er iets kleins gebeurd. Iemand had zijn sleutel nog binnen liggen en de voordeur was dichtgevallen door de tocht zeg maar, niks bijzonders eigenlijk. Maar binnen tien minuten stond de halve straat buiten. Niet omdat het nodig was, maar omdat het kon. Iemand had een ladder, een ander een breekijzer, en er werd vooral veel gelachen om het feit dat zoiets kleins ineens een gezamenlijk project werd.
Vroeger was dit normaal, tegenwoordig had iemand al een appgroep aan gemaakt.
Kinderen speelden tot het donker werd en kwamen alleen naar binnen wanneer hun naam drie keer geroepen werd met net iets meer volume dan geduld. Bakfietsen, driewielers en fietsen stonden overal, toen nog de meesten zonder slot, stoepen waren geen eigendom maar een doorgang en ruzies duurden nooit langer dan een uur omdat iemand altijd wel weer een boodschap was vergeten.
En ergens tussen al die kleine momenten door groeide er iets wat je niet kunt bedenken of plannen: dat heet vertrouwen. Niet groot of plechtig, maar gewoon praktisch. Je wist dat als er iets was, iemand zou kijken. Niet omdat het moest, maar omdat “dat” gebruikelijk was.
Misschien is dat wel wat vroeger een wijk genoemd werd. Geen rij huizen naast elkaar, maar een soort stille afspraak dat je niet alleen in die wijk woonde. En zo’n wijk had je o.a. in Den Haag de “De Schilderswijk”. Wanneer ik er nu aan terugdenk, hoor ik nog iemand zeggen vanaf een stoep in een driewieler, komt goed we lossen het hier in de wijk samen wel op.
💬 Tip ons!
Heb jij een tip of opmerking?
Mail naar de redactie: redactie@loemedia.nl of bel 0525- 681899
